Ik was tijdens mijn allereerste keer in IJsland regelmatig onder de indruk van wat ik allemaal zag en meemaakte. Maar als ik iets zou moeten kiezen wat me echt met mijn mond vol tanden liet staan, dan was het wel het vulkanische landschap rondom het Mývatn-meer in Noord-IJsland. Ik bezocht er meerdere plekken die je met een gerust hart bizar kunt noemen. Hieronder neem ik je mee langs de plekken rondom het Mývatn die zo’n diepe indruk op me maakten. En ik heb ook nog wel wat tips voor hotels waar je kunt verblijven in deze regio.
Ook naar IJsland?
- Hier vind je mooie reizen naar IJsland in de zomer
- En hier vind je reizen naar IJsland in de winter
Aankomst bij Mývatn
Ik was met Voigt Travel rechtstreeks van Schiphol naar Akureyri in Noord-IJsland gevlogen. Daar had ik eerst de stad bekeken (hier vind je mijn tips voor Akureyri) en had ik in Hauganes al walvissen gezien. Daarna reed ik in ongeveer een uur naar Mývatn.


Wat meteen opviel, is dat dit grote meer op sommige plekken bevroren is, en op andere plekken niet. Dat heeft te maken met alle natuurlijke warmte die hier op veel plekken in de grond verstopt zit. Iets anders wat je meteen ziet, zijn de verschillende kraters langs de wegen, van kleintjes tot hele grote.


Wandelen op een vulkaankrater
Een van die kraters zou ik meteen gaan beklimmen: de Hverfjall (‘hetebronnenberg’). Klein probleempje: ik had vlak voor mijn reis mijn knie geblesseerd en liep een beetje moeilijk. Maar het zou me toch niet gaan gebeuren dat ik na jarenlang dromen eindelijk in IJsland was, maar dan niet in deze krater kon kijken? Gelukkig had mijn gids er een IJslands gezegde voor: Þetta reddast oftewel Komt wel goed… Ik had dan ook besloten het maar gewoon op een rustig tempo te gaan proberen en te kijken hoe ver ik zou komen.



Al bij de parkeerplaats (betaald parkeren, toiletten aanwezig) keek ik mijn ogen uit: overal lag vulkanisch gesteente. En daar was de krater, met langs de helling een best wel steil pad omhoog. Hverfjall is een van de best bewaarde kraters ter wereld en de grootste tefra-vulkaan in Europa. Hij steekt ongeveer 140 m boven de omgeving uit en de krater is ook weer zo’n 140 m diep. Volgens mijn gids komt het niet vaak voor dat bij kraters deze twee afmetingen zo gelijk zijn. Oorspronkelijk was de vulkaan aan alle kanten even hoog. Dat er nu een hoogteverschil zit in de rand, komt door een lawine die na de vorming van de vulkaan heeft plaatsgevonden.
Ik begon maar eens aan de klim en stopte onderweg regelmatig om even om me heen te kijken en op adem te komen.

Bij het ontstaan van de vulkaan, ongeveer 2500 jaar geleden, zijn met enorme kracht grote brokstukken rondgeslingerd, die je overal op de hellingen van de krater ziet liggen. Ook het uitzicht vanaf het wandelpad op het Mývatn-meer is erg mooi. Je kunt zo goed de bevroren en niet bevroren delen zien.


En ja hoor, het lukte! Ik was zo blij toen ik boven was, want dit had ik niet willen missen. Hier kun je goed zien dat in het midden van de krater een ashoop ligt. Als je wilt, kun je nog verder gaan en de hele kraterrand rond lopen. Dan klim je nog een stukje hoger.



Je kunt ook via een ander pad afdalen en naar Dimmuborgir lopen, of vanaf de parkeerplaats beneden wandelen naar Grjótagjá of het dorpje Reykjahlíð. Er is een bord waarop de wandelroutes staan aangegeven.

Je vindt Hverfjall ook hier op de website van Visit North Iceland.
In de winter schommelt de temperatuur in IJsland vaak rond het vriespunt. Sneeuw en regen wisselen elkaar af en het resultaat is dat het vaak heel glad is (zowel binnen als buiten de bebouwde kom). Ik zou je dan ook zeker aanraden om goede spikes voor onder je schoenen mee te nemen. En dan niet van die kleine nopjes, maar echt flinke ijzers zoals deze.
‘Love cave’ Grjótagjá
Mijn volgende stop was Grjótagjá, een lavagrot vlak bij het Mývatn-meer. Als je een liefhebber bent van Game of Thrones, kun je deze grot kennen als de ‘liefdesgrot’ van Jon Snow en Ygritte. Tot de jaren 70 van de vorige eeuw werd de warmwaterbron in deze grot gebruikt om in te baden. Maar door vulkanische activiteit tussen 1975 en 1984 liep de temperatuur van het water op tot boven de 50 °C en daardoor kan er nu niet meer gebaad worden (al is het water inmiddels wel weer aan het afkoelen).


Als je een klein stukje het wandelpad rechts naast de grot op loopt, kun je zien dat de Grjótagjá-grot deel uitmaakt van een scheur in de aarde die is ontstaan doordat er een grens tussen twee tektonische platen (de Mid-Atlantische Rug) dwars door IJsland loopt. Deze tektonische platen drijven langzaam steeds verder uit elkaar en daardoor ontstaan grote en kleine scheuren en kloven in de aarde zoals deze. In de verte zie je de warme damp die uit de lavagrot komt.

Dimmuborgir: de ‘duistere burcht’
Verder naar Dimmuborgir, oftewel ‘de duistere burcht’. De torens en muren van deze ‘burcht’ zijn niet gebouwd door mensen, maar ontstaan door vulkanische activiteit. Dat ging zo:
- Bij een uitbarsting ongeveer 3000 jaar geleden stroomde er lava over een moeras en dekte de natte grond af met een lavameer.
- De lava stolde eerst aan de buitenkanten en de lavalaag kreeg een hard laagje boven- en onderop.
- Het water onder het lavameer werd warmer en er ontstond stoom.
- De stoom zocht een uitweg en door die druk ontstonden een soort natuurlijke schoorstenen.
- De nog vloeibare lava stroomde verder door een opening die ergens was ontstaan.
- De dunne bovenlaag verbrokkelde en kwam neer op de oorspronkelijke moerasbodem. De ‘schoorstenen’ bleven staan.




Je kunt Dimmuborgir verkennen door middel van verschillende wandelingen, die duidelijk staan aangegeven.


Dimmuborgir is verbonden met de viering van Kerstmis in IJsland. Hier zouden namelijk de Jólasveinar wonen. Deze 13 joel- of kerstjongens lijken een klein beetje op de kerstman (met baarden en rode kleding), maar doen qua gedrag ook wel denken aan Sinterklaas en zijn Pieten. In de 12 dagen voor kerst daalt er elke dag één kerstjongen af vanuit Dimmuborgir naar de bewoonde wereld. Kinderen in IJsland zetten dan hun schoen voor hen in het raamkozijn. Als ze lief zijn geweest, krijgen ze er iets lekkers in, maar als ze stout zijn geweest een aardappel.
De Jólasveinar hebben onheilspellende namen die te maken hebben met de streken die ze uithalen zo lang ze in de bewoonde wereld zijn. Vaak stelen ze dingen uit de huizen die ze bezoeken:
- Stekkjastaur/Schapenstalsluiper plaagt schapen en steelt schapenmelk
- Giljagaur/Ravijngaper snoept de room van emmers melk in de koeienstal
- Stúfur/Onderdeurtje eet aangebakken etensresten uit pannen
- Þvörusleikir/Lepellikker steelt lepels om eraan te likken
- Pottasleikir/Pottenlikker steelt potten om ze leeg te likken
- Askasleikir/Kommenlikker heeft het voorzien op kommen waar hij nog restjes uit kan likken
- Hurðaskellir/Deurensmijter laat het liefst ’s nachts deuren dichtslaan en scharnieren kraken
- Skyrgámur/Skyr-schrokker is gek op skyr en haalt deze overal vandaan
- Bjúgnakrækir/Worstensnaaier heeft het voorzien op worstjes
- Gluggagægir/Ramengluurder gluurt overal naar binnen om te zien of er nog iets te halen valt
- Gáttaþefur/Deurensnuiver snuffelt in deuropeningen of hij nog iets lekkers ruikt dat hij kan pakken
- Ketkrókur/Vleeshaak gebruikt een vleeshaak om vlees uit huizen te stelen
- Kertasníkir/Kaarsendief steelt kaarsen en schijnt deze ook op te eten


De Jólasveinar zijn dus al geen lieverdjes, maar hun moeder Grýla is helemaal erg. Zij is een trol en eet stoute kinderen gewoon op. En dan is er ook nog de Jólaköttur (Kerstkat), een grote zwarte kat die luie kinderen schijnt te eten.
Vanaf 25 december trekken de kerstjongens zich weer één voor één terug uit de bewoonde wereld. Op 6 januari zijn ze allemaal weer terug en hoef je niet meer bang te zijn dat ze langskomen.
Hverir
Een laatste vulkanische plek die ik bezocht rondom Mývatn is Hverir. Net als het ‘hver-‘ in Hverfjall betekent dit ‘hete bronnen’. Het is een bizar landschap vol borrelende modderpoelen en openingen in de aardkorst waaruit stoom komt.

Door alles wat hier uit diepere lagen van de aarde naar boven komt, heeft de grond een aparte kleur gekregen én kan het hier vies ruiken naar zwavel.



Er zijn looppaden aangelegd op plekken waar je niet veilig over de grond kunt lopen. Maar op andere plekken kun je wel gewoon over de grond en zelfs door de warme stoom heen lopen.



Het kan bij Hverir wel heel erg modderig zijn. In de winter helpt het om na je wandeling door dit veld even flink door een diepe laag sneeuw te stampen.



Overnachten bij Mývatn
Hoewel deze plekken niet zo ver van elkaar liggen, zou ik zeker aanraden om minstens één nacht te blijven slapen bij het Mývatn-meer en er niet alleen een snelle tussenstop te maken als je de Diamond Circle aan het volgen bent. Je kunt hier ook mooie excursies maken, bijvoorbeeld per sneeuwscooter of superjeep. Ook kun je uitstapjes maken naar enkele mooie watervallen in Noord-IJsland en is Mývatn een goede plek om het noorderlicht in IJsland te zien (omdat er maar weinig lichtvervuiling is). Natuurlijk kun je hier ook baden in geothermische baden en je kunt een uitstapje maken naar ‘walvishoofdstad’ Húsavík.
Zelf bezocht ik drie mooie plekken om te overnachten bij Mývatn:
Berjaya Mývatn Hotel
Dit hotel staat bij het kerkje van Reykjahlíð. Volgens locals is het kerkhof zelfs de beste plek om hier het noorderlicht te spotten. Het is een vrij nieuw hotel, maar het bouwt voor op de geschiedenis van deze regio (in de vorm van oude foto’s) en van deze plek. Het kunstwerk in de hal (Portals van Michael Jonsson) is gemaakt met spullen uit het hotel dat hier eerder stond: Hotel Reynihlid.
Berjaya Mývatn Hotel heeft een goed restaurant en een gezellige bar. Bij het ontbijt proef je IJslandse specialiteiten zoals skyr, geiserbrood, levertraan en koekjes met de naam ‘huwelijksgeluk’.





Sel Hotel Mývatn
Zelf kwam ik alleen in Sel Hotel Mývatn om er te lunchen (erg lekker!) en om de groep pseudo-kraters (Skútustaðagígar) te bekijken die hier pal voor de deur liggen. Het zijn geen kleine vulkanen; ook hier is lava over een moeras gestroomd. Daardoor werd niet alleen het water in het moeras verhit, maar ook de moerasgassen en dat zorgde voor de explosies waarvan deze peudokraters het gevolg zijn.
Ook is hier een café waar je naast IJslandse specialiteiten ook souvenirs kunt kopen en de microbrouwerij kunt bezoeken.


Vogafjós Farm Resort
Een unieke plek om te overnachten bij het Mývatn is Vogafjós Farm Resort. Zelf ging ik hier alleen dineren. Je eet hier plaatselijke specialiteiten zoals IJslands lamsvlees en geiserbrood terwijl je uitkijkt op de koeienstal (de mestlucht blijft netjes aan de andere kant van het raam).

Een verblijf bij deze accommodaties maakt deel uit van sommige IJsland-reizen van Voigt Travel, waarmee je in één keer je vlucht, accommodatie(s) en eventuele huurauto en excursies regelt.




Ik werd uitgenodigd om Noord-IJsland te bezoeken om erover te schrijven op Stralend IJsland.
Deze blogpost kan affiliatelinks bevatten. Als jij via zo’n link iets koopt of boekt, krijg ik een kleine vergoeding. Dit gebeurt anoniem en kost jou niets extra’s. Samenwerkingen en affiliatelinks stellen mij in staat om deze website te onderhouden en jou van informatie te blijven voorzien. Meer hierover lees je in mijn disclaimer/privacyverklaring.



